Connection has lost...
Instellingen: gesproken tekst language

Kim (42) wordt van jongs af aan al gediscrimineerd: “Je kunt niet alles maar afdoen als een leuk grapje.”

03-04-2020
Sinds de uitbraak van het coronavirus is de openlijke discriminatie tegen Aziatische mensen in Nederland toegenomen. Kim (42), die op haar zesde vanuit Zuid-Korea geadopteerd werd door haar Nederlandse ouders, weet dit als geen ander. Ze nam contact op met Art1. Midden Nederland om haar verhaal te doen: “We hebben hier een probleem dat we moeten oplossen. Het zijn niet enkel grapjes die worden gemaakt, het zijn daadwerkelijke onderbuikgevoelens van mensen”.
 
Ze nam contact op met het meldpunt van Art.1 MN na discriminerende reacties te hebben gelezen op facebook over Aziatische mensen naar aanleiding van het coronavirus. Kim was enorm geschrokken van sommige berichten en het riep veel emoties bij haar op: “Je voelt je ongewenst, je voelt je er niet bij horen. Ik werd er heel verdrietig van en dacht, ik moet hier iets mee”. Eerder had Kim ook contact gehad met Art.1 MN nadat zij was nageschreeuwd op straat: “Naar aanleiding van die melding ben ik ook teruggebeld, dat was erg prettig. Daarom heb ik ook nu weer gebeld. De medewerkers hier hebben een goed luisterend oor en zijn erg geïnteresseerd”.
 
Discriminerende opmerkingen
Van jongs af aan ervaart Kim al discriminatie gericht op haar Aziatische uiterlijk. Een van de eerste keren dat dit gebeurde staat haar nog goed bij: “Ik was zes jaar oud en zat op gymles. In de kleedkamer zat een meisje tegenover mij en zij trok haar ogen met haar vingers strak en riep ‘poepchinees!’ naar mij. Dat deed mij heel veel pijn en ik wist totaal niet hoe ik erop moest reageren”. Ook op werk, in de privésfeer en in de publieke ruimte hebben de incidenten zich opgestapeld de afgelopen jaren. Als Kim vroeger uitging met vriendinnen werd ze nageroepen op straat met ‘tjap tjoy’ en ‘me love you long time’ en ook in een eerdere baan in het onderwijs werd ze door de leerlingen ‘loempia’ genoemd. Het gebeurde ook op het werk van haar Nederlandse man. Een collega had tegen hem gezegd: “Jij valt op spleetogen hè”.
 
Voor Kim is de maat vol. Ze wordt gemiddeld twee keer per maand nageschreeuwd op straat en soms ook waar haar zoons bij zijn: “Een tijd terug liep ik met mijn gezin in de wijk toen er een groep jongeren voorbij kwam. Zij riepen ‘he Chinezen!’. Ik zei tegen mijn man: ‘Ik stap eropaf’. Er kwam opeens een oerkracht in mij naar boven. Mijn kinderen waren erbij, ik moest voor hen opkomen. Ik heb die jongens erop aangesproken en gezegd dat als zij dat soort dingen roepen, dat dat iets met mensen doet. Blijkbaar denken die jongeren dat het heel normaal is om dat te doen. Zij zien het niet als discriminatie.”

Representatie in de media
Volgens Kim is de media ook onderdeel van het probleem. Met name de afwezigheid van Aziatische presentatoren, zangers, acteurs, en journalisten en het gebrek aan positieve rolmodellen met een Aziatisch uiterlijk. Veelal worden in de media namelijk stereotyperingen herhaald of gecreëerd waarin Aziatische mensen belachelijk worden gemaakt. De Aziatische vrouw als ‘de au pair’ of ‘de prostituee’ zijn daar voorbeelden van. Maar, “wie vertegenwoordigt mij?”, vraagt KIm zich af. Meneer Chung van Linda de de Mol? Wendy van Dijk die een Aziatische vrouw nadoet? Tippi Wan? Zijn dat mijn rolmodellen? Het zijn allemaal figuren waar ik me totaal niet in herken.”
 
Kim vindt het daarom van belang dat ‘normale’ Aziatische mensen zichtbaar zijn in de media: “Dat je bijvoorbeeld ook een gezinnetje kan hebben met een Aziatische man, want nu zie ik geen representatie van Aziatische mensen in de media of reclame”. Door het gebrek aan positieve rolmodellen heeft Kim ook lang negatief gedacht over haar eigen uiterlijk: “Er waren geen positieve voorbeelden, zeker niet in de jaren 80. Dus je denkt, ik ben lelijk, ik mag er niet zijn”.



Omgaan met discriminatie
Vroeger heeft dit een grote impact op Kim gehad: “Ik wilde zo Nederlands mogelijk zijn en niet met Aziatische mensen geassocieerd worden.” Hierdoor zocht ze voornamelijk ook Nederlandse vriendinnen op om mee om te gaan: “Want straks denkt men ook dat ik een Aziaat ben”. Hierdoor heeft Kim een gedeelte van haar identiteit lang ontkend, mede omdat ze ook werd geprezen om haar ‘Nederlands zijn’: “Er werd gezegd ‘wat spreek jij goed Nederlands’ of ‘ik merk aan jou echt niet dat je Koreaans bent’. Het werd altijd als iets positiefs gezien, hoe Nederlanders, hoe beter.” Ook op wintersport dit voorjaar merkte Kim dat zij zich bewuster was over haar Aziatische uiterlijk dan anders. “Tijdens ons verblijf in Oostenrijk was ik me ervan bewust dat als ik moest hoesten, ik dat niet te hard deed. Want anders zouden ze denken, ‘ohjee, een Aziatisch persoon, die zou weleens corona kunnen hebben’.”
 
Nu Kim ouder is identificeert ze zich steeds meer met de Koreaanse cultuur en voelt ze zich ook sterker om de discriminatie die zij ervaart te adresseren. Dit doet ze niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar twee zoons. Want ook zij hebben al te maken met discriminatie. Zo wordt er tegen hen gezegd ‘lust je ook rijst’ en ‘hé Chinees’. Ook op de school van Kim haar zoons werd tijdens de verjaardagen ‘Hanky Panky Shanghai’ gezongen: “De leraren zongen uit volle borst mee. Dat dit een vorm van discriminatie is zagen ze pas toen ik het aankaartte. Ook had ik een discussie met de juf over het woord ‘spleetoog’, de juf vond dat niet discrimineren, maar dat is het wel. Je duidt daarmee op een negatieve manier een bepaalde groep aan.” Kim vraagt zich af of het dan nooit ophoudt: “Ik kan er redelijk mee omgaan dat het zo is, maar ik zou het voor mijn kinderen wel anders willen zien”.
 
Blinde vlek
Als Kim in haar omgeving verteld over de discriminatie die zij ervaart reageren mensen vol ongeloof. “Ze vinden het heel erg dat het gebeurt en waren zich er niet bewust van. Dat maakt het ook zo gek. Het is net alsof ik in een soort van stolp zit en dat andere dat niet opmerken. Ze hebben er gewoon geen idee van, of willen het niet zien en zich er niet druk om maken.” Volgens Kim is de bewustwording van mensen daarom ook zo belangrijk: “Vraag jezelf eens af bijvoorbeeld, hoe kijk ik naar een Aziatisch persoon? Zie ik ze als Nederlanders?” Ze vindt het belangrijk dat er meer gesproken gaat worden over wat er speelt.
 
Soms reageren mensen op Kim door te zeggen dat ‘het maar gewoon een grapje is’. Maar, “zo werkt het niet”, vertelt ze. “Je kunt niet alles maar afdoen als een leuk grapje. Mensen realiseren zich niet dat wat ze zeggen wel degelijk discriminatie is.” Ergens is Kim dan ook wel blij dat het coronavirus de onderbuikgevoelens van mensen tegenover Aziatische mensen heeft laten zien. Nu uiten mensen hun werkelijke gevoelens “en het is toch daadwerkelijk, wel echt racisme. En racisme bestrijden we niet alleen door slachtoffers aan het woord te laten en weerbaarder te maken. We doen het samen, omstanders moeten discriminerend gedrag afkeuren, want alleen zo verander je de sociale norm”.