Connection has lost...
Instellingen: gesproken tekst language

“Juist door nu iedereen hetzelfde te behandelen, zie je discriminatie terug”: Melding van discriminatie door de nieuwe maatregelen tegen het coronavirus

12-05-2020
Sinds de uitbraak van het coronavirus in Nederland zien we tal van voorbeelden van saamhorigheid en solidariteit. Binnen een mum van tijd zijn er vele initiatieven op touw gezet met als doel elkaar te ondersteunen. Met berichtjes op de televisie, de radio, op straat en voor het raam proberen we elkaar een hart onder de riem te steken. Toch ervaren mensen die normaliter ook al moeite hebben om op voet van gelijkheid volledig aan de samenleving te participeren nu extra hindernissen. Van hen horen wij andere geluiden en ervaringen in de huidige ‘anderhalve-meter-samenleving’.  Zo heeft Diana (Pseudoniem: volledige naam bekend bij redactie), die door ziekte in een rolstoel terecht kwam, ervaren dat deze onzekere tijd voor sommigen een vrijbrief lijkt te zijn om de teugels te laten vieren als het gaat om het navolgen van respectvolle omgangsvormen en geschreven en ongeschreven regels.

Diana heeft de afgelopen jaren langzaam steeds meer in moeten leveren. Waar zij in het verleden een actief leven leidde, veel reisde en optimaal van het leven genoot, heeft zij in de afgelopen jaren moeten wennen aan de vraag “kan ik vandaag meedoen?”. Ondanks het feit dat toegankelijkheid en de mogelijkheid tot volledige participatie voor mensen met een beperking een mensenrecht is, blijkt vaak dat er nog steeds creatieve oplossingen gevonden moeten worden voor de meest dagelijkse bezigheden.  Door de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, zijn deze dagelijkse bezigheden –zoals een bezoek aan de supermarkt– een nog grotere uitdaging geworden.

Melding van discriminatie
Diana maakte onlangs melding van een ervaring van discriminatie ten gevolge van de maatregelen tegen het coronavirus bij Art.1 Midden Nederland. Diana werd toegang tot een supermarkt geweigerd, omdat zij niet kon voldoen aan de nieuwe maatregel die men verplicht met een winkelwagen de supermarkt te betreden. Diana is door ziekte in een rolstoel terecht gekomen en is een ‘zelfduwer’: zij moet haar rolstoel zelf voortbewegen en besturen. Het gebruik van een winkelwagen is daarom simpelweg niet mogelijk. Diana werd na een discussie met het supermarktpersoneel, dat enkel bleef verwijzen naar de regels van het RIVM, naar de deur gewezen: zij mocht haar boodschappen die dag niet doen. “Blijkbaar heb je geen eten nodig als jouw paar benen het niet gewoon doen”.
           
Door de maatregelen om verspreiding van het coronavirus te bestrijden, is nu op veel plekken een deurbeleid ingevoerd waar voor mensen met een beperking vooraf geen duidelijkheid over is. Diana houdt daar een naar gevoel aan over. In de 10 jaar dat zij rolstoelgebruiker is, heeft zij een selectie van winkels gevonden waar zij op rustige momenten zelfstandig haar boodschappen kon doen. Diana was gewend geraakt aan een wereld waarin het flink aangemoedigd wordt om je zelfstandigheid te behouden en waarin mensen ook meedenken om dat te verwezenlijken. Aan een wereld waarin “een rolstoel niet meer een reden voor uitsluiting was”. Nu ervaart Diana dat het deurbeleid overal verschillend en zelfs willekeurig is, wat het voor haar ontzettend lastig maakt. Diana, en vele anderen met haar, worden nu geconfronteerd met wat Diana “eenheidsworst-denken” noemt, wat ertoe leidt dat er nieuwe regelgeving ontstaat waarin enkel gedacht wordt aan “de zelfstandig mobiele mens op eigen voeten”. “Ik heb veel begrip voor de genomen maatregelen… maar de manier waarop het gebracht wordt, is puur vanuit de gedachten van een persoon zonder lichamelijke hindernissen”. Ze waarschuwt dan ook: “we hebben toch al heel lang afspraken voor mensen met een hulpmiddel? Ondanks alle regels met betrekking tot Corona, is bestaande wetgeving niet ineens weggegooid!”

Diana ging naar aanleiding van haar ervaring op zoek naar wetten en regelgeving. Zij kwam er achter dat, hoewel het deurbeleid inderdaad een regel is, de specifieke invulling ervan bepaald mag worden naar gelang de situatie. De regelgeving werd in Diana’s situatie “uit gemakzucht zwart/wit neergezet”. Het personeel stelde geen uitzondering te kunnen maken, omdat ‘iedereen dan een uitzondering zou willen’. Diana beschrijft deze opmerking als onnodig, onredelijk en kwetsend. “Hoezo uitzondering willen zijn? Ik wil ook best lopen, ik wil ook overal bij kunnen, maar ik en alle anderen met een hulpmiddel hebben daar echt geen keuze in. Wij willen helemaal geen uitzondering zijn!”. In deze crisissituatie hangt het af van de willekeur van het winkelpersoneel of je als persoon met een hulpmiddel ‘nog mee mag doen’. Dat kost Diana onnodig veel energie. Dit incident leidde bij Diana tot een belangrijke maar verontrustende conclusie: juist door iedereen nu hetzelfde te behandelen, vanuit de norm van personen zonder lichamelijke hindernissen, zie je discriminatie terug. We krijgen continu te horen dat we het met 17 miljoen moeten doen, maar “dat aantal wordt flink lager als je niet de kans krijgt om mee te doen”.
 
 
Op zoek naar anderen met eenzelfde ervaring
Na haar ervaring in de supermarkt die Diana het idee gaf ‘niet mee te mogen spelen’, is zij op zoek gegaan naar ervaringen van andere mensen met een beperking tijdens deze crisistijd. Zij ontdekte dat ook mensen met krukken en mensen met een rollator verplicht werden een winkelwagen te gebruiken: “ik hoor veel hindernissen… omdat ze anders zijn dan de fictieve standaard. Iedereen voelt denk ik wel beperkingen in het nieuwe nu”.

Diana deed melding van haar ervaring bij Art.1 Midden Nederland, omdat ze hoopte dat er via die weg een oplossing te vinden zou zijn die voor iedereen zou werken. Zij deed dit omdat ze zelf weer wat ‘rust tussen de oren wilde vinden’, maar vooral ook omdat ze denkt aan al die anderen die nu geen enkele zekerheid hebben. Diana wilt voorkomen dat anderen haar ervaring moeten delen: “ik zou anderen graag besparen, dat als het ze met pijn en moeite lukt om bij een winkel te komen, op niet misverstane wijze te horen krijgen dat voor hen de deur niet open zal gaan”. Het voelde volgens Diana in eerste instantie ‘best negatief’ om een melding te maken, maar ze hoopte dat ze  het probleem zo kon oplossen en de situatie op die manier om kon zetten naar iets positiefs. Diana is tevreden met de manier waarop haar melding bij Art.1 Midden Nederland is ontvangen: “Er wordt geluisterd en ik merk dat het echt opgepakt wordt. Ook in een fijne sfeer”.
 
Dankbaar voor situaties waarin het wél goed gaat
Diana wilt graag nog delen dat het, in normale tijden, steeds vaker gewoon goed gaat. Er zijn naar haar idee steeds meer mensen die mee willen denken en die haar en anderen met een hulpmiddel helpen met oplossingen. Volgens haar is het niet moeilijk om voorbeelden te vinden van hoe het ook kan: “er is een grote groep mensen die het mogelijk maakt dat ik een gewoon mens blijf”. Daar wordt Diana elke keer weer blij van en daar wilt zij diegenen voor bedanken!

Als tip aan anderen om deze rare tijd door te komen, beveelt Diana aan om, als je er tijd en ruimte voor hebt in je hoofd, anderen even op te beuren en hen aan de virtuele hand mee te nemen in alles wat nu anders is. “Het is toch best een hard gelach, ook zonder bijkomende handicap. Wij weten vaak hoe het werkt, hebben vaak al eerder gestaan op momenten waarop alles ineens anders werd”. Diana roept anderen daarom op om die ervaring te gebruiken. Als laatste tip: “wees zeer royaal met complimentjes voor de mensen die ze verdienen!”