Connection has lost...
Instellingen: gesproken tekst language

Melding over discriminatie bij woonwagenstandplaats: “Ik word anders behandeld dan andere inwoners”

10-11-2020
Al jaren proberen Driekus en zijn familie meer woonwagenstandplaatsen te verkrijgen. Vorig jaar heeft hij een melding gedaan bij Art.1 Midden Nederland (Art.1 MN) over ongelijke behandeling. Het conflict tussen zijn familie en de gemeente over een eventuele uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen speelt al ruim twintig jaar, maar alle pogingen om een nieuwe standplaats te verkrijgen waren tot nu toe tevergeefs. In dit artikel vertelt hij hoe het is om een melding te doen bij Art.1 MN en moedigt hij mensen die in een soortgelijke situatie zitten om ook te melden: “Na al die jaren is het een opluchting om gehoord en gesteund te worden.”

Driekus woont samen met de rest van zijn familie in woonwagens. Zijn ouders zijn daar vele jaren geleden gaan wonen en op een gegeven moment was er behoefte aan meer standplaatsen. Driekus legt uit: “Na een tijd ga je een eigen gezin vormen en wil je jouw eigen leven starten. En dan loop je ineens tegen allemaal barrières aan.” Ze dienden een verzoek voor meer standplaatsen in bij de gemeente, maar jaren later is het aantal woonwagenstandplaatsen onveranderd. Na vele mislukte pogingen kreeg Driekus steeds meer het gevoel dat hij ongelijk behandeld werd: “Ik liep steeds tegen gesloten deuren aan.” Hij besloot hulp te zoeken en een melding in te dienen bij Art.1 MN.

(tekst gaat verder na de afbeelding)

 

Het gebrek aan huisvesting is een wijdverspreid probleem voor woonwagenbewoners, zo blijkt uit een artikel van het College voor de Rechten van de Mens. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat het woonwagenleven een wezenlijk onderdeel is van de cultuur en etnische identiteit van woonwagenbewoners. Om die reden is het uitgangspunt dat gemeenten voorzien in een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod van woonruimte voor woonwagenbewoners en voor bewoners van reguliere (sociale) huurwoningen. Echter, uit onderzoek van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) bleek dat een groot gedeelte van de woonwagenbewoners zich gediscrimineerd voelt bij het zoeken naar een woonwagenstandplaats.

Gesteund door Art.1 Midden Nederland
Eerst was Driekus terughoudend om bij Art.1 MN aan te kloppen voor hulp, omdat hij na zoveel jaar het vertrouwen in de instanties had verloren en de hoop op verbetering bijna had opgegeven: “Na al die tijd wordt het een soort gewenning. Je accepteert heel veel.” Toch besloot hij een melding in te dienen van ongelijke behandeling bij Art.1 MN en dat voelde als een omslagpunt: “Het voelde echt als een opluchting (…) Eindelijk kregen we bevestiging dat we niet op een eerlijke manier werden behandeld.”

Nadat hij de melding had gemaakt, werd de zaak snel opgepakt en ging hij met de medewerkers van het meldpunt in gesprek om de casus door te spreken. “Ze hielpen me om de zaak te verduidelijken.” Gedurende de jaren was de zaak erg complex geworden en was Driekus het overzicht kwijtgeraakt. Samen met de medewerkers van het meldpunt ontleedden ze de casus en werd bekeken waar sprake kon zijn van discriminatie en wat juridisch haalbaar was. “Michel [consulent discriminatiezaken bij Art.1 MN] had snel in de gaten wat er speelde.”

Nadat al het bewijsmateriaal was verzameld, is Art.1 MN het gesprek aangegaan met de gemeente. Dit hielp helaas niet en de gemeente ondernam weer geen actie om het aantal woonwagenstandplaatsen te vergroten. Daarom heeft Driekus, samen met zijn familie en Art.1 MN, besloten om de zaak aan Het College voor de Rechten van de Mens voor te leggen. In oktober van dit jaar oordeelde het College dat de gemeente de familie discrimineerde en dat er sprake was van een verboden onderscheid op grond van ras. Dit betekent voor Driekus en zijn familie dat er weer hoop is om hun eigen standplaatsen te krijgen. De familie is blij met het oordeel. “Maar we zijn er nog niet” vertelt Driekus “De volgende stap is om naar de rechter te gaan (…) Hopelijk helpt het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens daarbij.”

Melden helpt!
Het conflict over de standplaatsen heeft veel invloed gehad op het leven van Driekus en zijn gezin: “We zijn getekend voor het leven”. Toch is Driekus blij dat hij naar Art.1 MN is gegaan: “We werden heel goed begeleid en alles is goed aan ons uitgelegd (…) Art.1 MN heeft ons heel goed bijgestaan.” Daarom wil hij mensen die hetzelfde meemaken, aanraden om vol te houden en hulp te zoeken. Hij wil hen op het hart drukken dat melden echt helpt: “Het is belangrijk om geduldig te zijn en bij instanties aan te kloppen voor steun en begeleiding.”

Heb jij te maken (gehad) met discriminatie? Meldt het hier, mail ons op info@art1mn.nl of bel ons op 030 – 232 86 66.

Lees hier het artikel over het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens.