Discrimineert Gemeente Ronde Venen woonwagenbewoners?

Een woonwagenbewoner toont niet aan dat het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Ronde Venen hem discrimineert. Wel is er sprake van discriminatie jegens drie woonwagenbewoners door geen reëel zicht te bieden op een woonwagenstandplaats binnen de gemeente.

College voor Rechten van de Mens
Lees het volledige uitspraak: Oordeelnummer 2020-88 dd 15-10-2020

Trefwoord: Overheid Sociale bescherming Bewijslast Ras
Discriminatiegrond: Ras
Terrein: Sociale bescherming – Overige

Situatie

Vier mannen stellen dat zij al jaren staan ingeschreven om in aanmerking te komen voor woonwagenstandplaats. De gemeente heeft in 2013 plannen gemaakt om de woonwagenlocatie te vernieuwen, dit is vastgelegd in het revitalisatieplan. Volgens deze plannen zijn geen standplaatsen aan hen toegekend. Er komen heel zelden standplaatsen vrij. Zij zeggen dat het voor hen onduidelijk is hoelang zij nog moeten wachten op een woonwagenstandplaats. Zij vinden dat daardoor sprake is van discriminatie. Het College van B&W betwist dat.

Beoordeling

Het College van B&W mag geen onderscheid maken op grond van ras maken bij de huisvesting. Het uitgangspunt hierbij is dat voor woonwagenbewoners, en voor mensen die wachten op een sociale huurwoning, wordt voorzien in een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod van woonruimte. De mannen stellen dat er geen gelijkwaardig aanbod is. Het is aan hen om feiten aan te voeren die onderscheid op grond van ras doen vermoeden.

Het staat vast dat één van de mannen momenteel een standplaats heeft op de locatie en dat in het revitalisatieplan een woonwagenstandplaats voor hem is ingetekend. Het College is daarom van oordeel dat hij geen feiten heeft aangevoerd die doen vermoeden dat het College van B&W hem discrimineert.

Wat betreft de andere drie mannen oordeelt het College het volgende. Het staat vast dat er op het moment tien woonwagens staan op de locatie, waarvan zes legaal. Op grond van het revitalisatieplan komen er negen standplaatsen op de nieuwe locatie. Ook staat vast dat het College van B&W naast de revitalisatie van de huidige woonwagenlocatie, geen plannen heeft gemaakt om nieuwe woonwagens aan te leggen. Daarnaast is vast komen te staan dat in de afgelopen 35 jaar geen standplaatsen zijn vrijgekomen. Het College van B&W kan dan ook niet duidelijk maken wat de wachttijd is om in aanmerking te komen voor een nieuwe standplaats. Hoewel de mannen relatief kort officieel staan ingeschreven als woonwagenstandplaatszoekenden, is het van in ieder geval twee van hen al heel lang bekend dat zij de wens hadden om een eigen standplaats te krijgen. Het College is op grond hiervan van oordeel dat de mannen voldoende feiten hebben aangevoerd die doen vermoeden dat het College van B&W niet voorziet in een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod.

Het is nu aan het College van B&W om te bewijzen dat hij niet in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving heeft gehandeld. Het College moet op grond van de wetgeving gelijke behandeling onderzoek doen naar de behoefte aan standplaatsen en op basis van de behoefte beleid ontwikkelen om eventueel extra standplaatsen aan te leggen. Het staat vast dat het College van B&W in 2013 en 2018 woningbehoefteonderzoeken heeft uitgevoerd ten aanzien van de sociale huisvesting. Zij hebben echter nooit de behoefte aan standplaatsen onderzocht en hebben dus ook geen koppeling gemaakt tussen de behoefte van de woonwagenbewoners en het aantal standplaatsen. Ook nadat de mannen zich via de officiële procedure hadden inschreven als woningwagenzoekenden, heeft het College van B&W geen stappen gezet richting uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente.

Het College van B&W hebben niet kunnen bewijzen dat woonwagenbewoners en mensen die wachten op een sociale huurwoning evenveel kans hebben op het vinden van woonruimte. Het College oordeelt daarom dat het College van B&W de drie mannen discrimineert door hen geen reëel zicht te bieden op een woonwagenstandplaats in de gemeente.

Oordeel

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente de Ronde Venen heeft geen verboden onderscheid gemaakt jegens verzoeker 1 op grond van ras.

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente de Ronde Venen heeft verboden onderscheid gemaakt jegens verzoeker 2,3, en 4 op grond van ras.